WerkBaAr is ver gevorderd in de reeks met 10 pitch-tips. Tip 8 schudt je wakker: Gebruik levendige taal. Geef je toehoorder een actieve rol in je verhaal! Actiemodus aan?

Pitch1.8.

Je hebt alle ballast afgeschud en staat klaar om luchtig naar de top te liften. Hou je van actie? Wil je écht knallen? Maak je pitch dan nóg krachtiger met levendige taal! Met deze 4 op-naar-de-top-peppers pomp je leven in je pitch. Werp je in het licht!

1. Vermijd passieve zinnen. Ga voor actie!

Pitch1.8. Mijd passieve zinnen in je pitch! Ze trekken jou uit de spotlight en maken je verhaal onpersoonlijk. Daar waar je in de actieve zin de hoofdrol speelt, “degraderen” passieve zinnen jou naar de “lijdende” rol. Probeer eens als underdog je pitch-doel te halen!

Doordat passieve zinnen altijd bestaan uit een vorm van een hulpwerkwoord (worden/zijn) en een voltooid deelwoord, maken ze je pitch bovendien omslachtig. Ze zuigen het ritme uit je verhaal waardoor het aan kracht verliest en langdradig klinkt. Voor je het weet, trek je jouw toehoorder mee in die “lijdende” rol ;-)!

Door te pitchen in het passief laat je jouw toehoorder vaak ook verward achter. Focus je op jouw acties en diensten zonder dat je expliciet aangeeft dat JIJ de handelende persoon bent, dan kan je toehoorder zich nog afvragen wie wat doet. Hoe overtuig je hem dat JIJ voor hem van betekenis bent!?

Pitch1.8. Ga voor actie! Ga voluit! Durf! Werp jezelf op de voorgrond, claim “verantwoordelijkheid” voor je daden en breng een krachtige en beeldende pitch. Actieve zinnen zorgen voor extra spanning en voeren jouw toehoorder mee in je verhaal. Hoe directer je jouw toehoorder in je verhaal betrekt, hoe groter de kans dat je hem prikkelt en tot actie doet overgaan.

Deze pitch klinkt wat saai: “In WerkBaAr worden verhalen van talentvolle ondernemers gemixt tot pittige kopjes en sappige stories die op smaak worden gebracht door creatieve hersenspinsels en een overvloed aan schrijfkriebels.”

Maar, dezelfde pitch in actieve modus doet je direct naar WerkBaAr snellen: “Ik ben Aline van WerkBaAr. Ik mix verhalen van talentvolle ondernemers om tot sappige stories en giet het vervolgens in een pittig kopje. Zo houd ik met mijn creatieve hersenspinsels en overvloed aan schrijfkriebels WerkBaAr draaiende.” Kom proeven!

2. Actie en interactie. Trek je toehoorder in je verhaal!

Pitch1.8.

Niet enkel jij moet voor actie gaan. Je pitch gefocust: ook je toehoorder moet in actie komen. Neem je toehoorder in je vizier en trek hem in je verhaal. Breng geen puur extern verhaal. Spreek in zijn taal en vertel wat hij horen wil . Speel in op zijn noden en interesses en vang zijn non-verbale signalen op. Heb je de aandacht van je toehoorder beet, verlies hem dan niet uit het oog. Dat voorkom je door hem non-stop te observeren en door af en toe een “check”-vraag te stellen die hem doet bevestigen dat hij (nog) volgt. Snap je? ;-)

3. Bouw spanning op…

Pitch1.8. Spanning helpt om de aandacht van je toehoorder (vast) te grijpen. Sleep je toehoorder stap voor stap in je verhaal met wat mysterie en een doordachte verhaalopbouw. Ook al is je tijd beperkt, geef niet meteen alles weg. Prikkel. Dat kan simpel: met een sprankelende binnenkomer, een straffe wending middenin je pitch of een pittige afsluiter. Wil je spanning in heel je verhaal, doe aan foreshadowing [1]: je geeft jouw toehoorder dan met subtiele hints een voorproefje van wat nog volgt in je pitch… of tijdens een vervolggesprek. Wakker zijn verwachtingen aan en schiet op het juiste moment raak.

“Hallo! Ik wil wat met je delen, een goeie tip. ’t Gaat over een plek. Niet zomaar een plek. Een bijzondere plek. Hét ideale rustpunt voor wie een hekel heeft aan spreken voor publiek. Je kan er ook terecht als je in één-op-één-relaties niet vlot uit je woorden geraakt of op netwerkevents met je mond vol tanden staat. Interesse? Bekijk het menu van WerkBaAr. Laat je verleiden door de coaching die Aline jou biedt. Sharing is caring. Deel de tip & reserveer je stoel!”

4. Blijf in het ritme: ontwijk tekstbrekers!

Heb je de aandacht van je toehoorder beet, neem hem dan mee op pad en houd strak het ritme aan. Leid je toehoorder naar de kern van je verhaal, maar hoed je voor tekstbrekers:

1) Containerbegrippen en gemakstermen

Pitch1.8. Containerbegrippen zijn overkoepelende termen, zoals ‘mooi’, ‘goed’, ‘duurzaam’. Werp ze van jou af - net zoals die vele clichés en buzzwoorden. Het zijn woorden zonder strakke betekenis. Zet je ze niet in een scherp referentiekader, dan zijn ze zo algemeen en neutraal dat ze de sappigheid uit je pitch zuigen en je toehoorder met droge koek achterlaten.

Gemakstermen zijn in hetzelfde bedje ziek. Het zijn woorden, zoals ‘een soort’, ‘dingen’, ‘mensen’. Ze besparen je de moeite om je verhaal haarfijn te omschrijven, maar beroven het tegelijk van zijn beeldende kracht. Sur plus kunnen ze jou een ongemotiveerde indruk geven.

Ban gemakstermen en containerpraat. Gebruik smakelijke termen en beeldende beschrijvingen:

“Hey jij daar. Zit je wel eens zuchtend naar dat witte vel papier te staren? Geraak je niet aan je zinnen uit of verlies je snel de rode draad? Breekt bij jou het angstzweet uit als je nog maar een pen vastneemt? Of ontbreekt het je aan denk- en schrijftijd? Dan ben jij een van de 83% talentvolle ondernemers voor wie er in WerkBaAr plek is. Aline geeft je er tips die jouw krabbels leesbaar maken en jouw eerste kladjes doen lezen als een trein. En als schrijven echt jouw ding niet is, dan tovert Aline jouw boodschap zelf om in een tekst die jou en jouw onderneming sterker maakt. Kortom, je staat niet alleen. Contacteer Aline!”

Pitch1.8. 2) Stopwoorden

Stopwoorden zijn (bij)woorden, zoals ‘eigenlijk’ of zoals ‘dan’, ‘nog’, ‘ook’, ‘dus’, ‘zo’, ‘maar’. Ze breken jouw zin en remmen zo ook de vaart af van je pitch. Ze kruipen onopvallend in je verhaal zonder dat ze eigenlijk voor de context of de inhoud ervan nodig zijn. Laat ze dus weg - tenzij JIJ ze nodig hebt om tot rust te komen.


3) Die’tjes & dat’jes

Die’tjes & dat’jes kondigen vaak bijvoeglijke bijzinnen aan. Dat zijn zinnen die zich bij een net genoemd woord in de hoofdzin voegen om er een extra uitleg of omschrijving aan te geven. Dat heeft voor- en nadelen. De zinnen zorgen voor beelden, ze creëren een setting en kunnen spanning in je verhaal brengen. Ze maken je verhaal sappig, MAAR tegelijkertijd delen ze je zin op en zo hakken ze misschien je verhaallijn in twee. Kortom, die’tjes & dat’jes zijn zoals een mes dat langs twee kanten snijdt: gebruik ze, maar wees er waakzaam mee…

… net zoals WerkBaAr ook over jouw aandacht waakt. Want ja, ’t was een hele boterham. Genoeg kost voor even. Rust bij.Volgende keer tasten we af hoe je je pitch origineel, pittig en apart serveert en doet smaken naar meer.

Pitch1.8.
Tekst: Aline@WerkBaAr

[1] Foreshadowing is een literaire techniek die wat letterlijk ‘voorafschaduwing’ betekent. Het verschijnt vaak aan het begin van een verhaal of hoofdstuk met de bedoeling in het hoofd van de lezer verwachtingen te ontwikkelen over latere gebeurtenissen (Wikipedia).